Caravans en weggedrag
Stabilisatorkoppeling
Een stabilisatorkoppeling verricht geen wonderen. Dat ondervindt elk jaar een beperkt aantal caravanners dat bij ongevallen betrokken raakt. Wel zorgt de stabilisator voor een comfortabeler weggedrag. En dat maakt het reizen met de caravancombinatie een stuk minder vermoeiend.

Deskundigen uit de caravanbranche wijten slingeren in de eerste plaats aan verkeerde of ongunstige belading. Elke caravan heeft een zogeheten ‘kritische snelheid’. Bij die snelheid komt een caravan spontaan in slingering. Bij een zorgvuldig, volgens de regels beladen caravan ligt dat moment bij een hogere snelheid dan bij een slecht beladen caravan. Een stabilisatorkoppeling (slingerdemper) maskeert in feite het waarschuwingssignaal voor een slechte belading door die kritische snelheid een stukje te verleggen. De kans bestaat dat de kritische snelheid daardoor zeer plotseling wordt bereikt. En dan is er doorgaans geen houden meer aan. Alleen snel en stevig remmen kan de zaak dan nog redden.

ANWB-advies
De ANWB adviseert om een stabilisatorkoppeling pas na 50 kilometer rijden in te schakelen. Begin de reis dus met een uitgeschakelde stabilisator. Die beïnvloedt het koppelingsmechanisme niet. Gaat de caravan met uitgeschakelde stabilisator slingeren, rem dan af tot een veilige snelheid en stop om de belading te herschikken. Schakel de stabilisatorkoppeling pas in als de caravan 'lekker' achter de auto meelift, zonder te slingeren. Na inschakeling wordt dan een stabieler, maar vooral comfortabeler rijgedrag merkbaar. De combinatie heeft merkbaar minder last van inhalende vrachtwagens, spoorvorming en zijwind. Vooral tijdens lange ritten is het rijden daardoor minder vermoeiend.

In het onderstaande filmpje rijdt een auto met caravan met 80 kilometer per uur over slecht wegdek. Linksonder is de stabilisatorkoppeling ingeschakeld; rechtsonder niet.

COPYRIGHT ANWB 2008 - Disclaimer